In Ettingebos

Vandaag lopen we naar het bos, het kleine bos met één wandelpad. Het is mijn vaste wandeling geworden hier in het Vlaamse plattelandsdorp. 

We wandelen het dorp uit, door het kleine begroeide steegje, langs de maisakker waar de mais nog wacht om geoogst te worden, voorbij de kudde koeien van de naburige stokerij, onder de eiken door, langs het uitgebloeide koninginnenkruid dat in de berm haar cyclus afrondt, voorbij de vier honden die steevast blaffen maar vandaag opvallend stil zijn.

De bomen door het bos

We komen aan bij het bos. Er hangt al een week een roodwit lint met daarop een geplastificeerde bord ‘Niet betreden voor onbevoegden. Beheerwerken in Ettingebos’. Vandaag ligt het op de grond. Dus we stappen erover, niet goed wetende of wij al tot die bevoegden behoren of niet, en zetten onze wandeling voort.

De kleine 12 hectare is in bezit van Natuurpunt en een welkome verademing in het boerenlandschap. Bosandoorn, tamme kastanje, meidoorn, hazelaar en uiteraard de grote brandnetel en de bramen doen het hier zichtbaar goed. Het eerste stuk van het oude bos is verder gegroeid dan de populierenplantage die het ooit was; op rijen aangeplante populieren die een leven kregen om gekapt te worden. Ertussen groeit ondertussen een wirwar aan soorten, die zich er vrolijk bij hebben gevoegd. Andere bossen in de streek zijn verdwenen. 

Het is een bos waar ik kom ademen en mijn hoofd vrij maak. Onder het dichte bladerdek voelt het veilig – en in het schemerdonker soms eng – om gedachten te laten komen en weer los te laten. Het bos is en dus ik ben. Ik zocht de bosandoorn, de brandnetel en de meidoorn hier al op en verbaasde me steeds opnieuw wat er allemaal binnenkwam, wat ze mij op dat moment kwamen vertellen. Dit is een stukje vrijheid in het door de mens ingedeelde landschap… onder beheer van jawel en uiteraard: de mens.

Het verdwenen bladerdek

De populieren. Vandaag zien we ze liggen. Met elke stap die we dieper in het bos zetten, voelen we het ontbreken van een dicht bladerdek, dat we hier zo gewoon zijn. De met oranje cijfers bespoten stammen geven aan wat hier gebeurd is. We schrikken. Zo veel bomen gekapt! Het stukje waar we zo vaak waren doorgewandeld ziet er helemaal anders uit, het enige pad dat het bos doorkruist herken ik niet meer. Gedesoriënteerd. 

We rapen onze gedachten bijeen en zien dat het om de lang geleden aangeplante populieren gaat. Het is moeilijk om verder te kijken dan de bulldozers en de ravage. Maar we doen het toch.

Het zonlicht beschijnt de bodem van het bos, daar waar het vroeger altijd donker was. Het moet lang geleden zijn geweest dat daar nog zo veel licht was. Ik voel hoe vandaag, op die ene zonnige feestdag na een week vol dikke grijze wolken, de struiklaag al dat zonlicht opneemt. En ik vraag me af hoe deze ingreep het bos zal doen veranderen. De populierenplantage moet plaatsmaken voor een inheems loofbos. Deze ravage biedt misschien wel toekomst voor een diverser bos, maar hoe zal het de bosandoorn vergaan, die wel houdt van al die schaduw?

De mens en het bos

We discussiëren voor de zoveelste keer over de impact en de ingrepen van de mens, hij en ik. Want dat doen we altijd op wandeling. We benoemen de planten die we tegenkomen, in het Nederlands en met hun Latijnse naam als het kan. We kijken naar het landschap en hoe zich dat gevormd heeft, de populierenaanplant en de opgehoogde rabatten die zorgen voor natte en droge stukken zijn ons niet onbekend. We beelden ons in hoe het hier honderden jaren geleden zou zijn geweest, of duizenden, en dan denken we aan Ayla en Jondalar van De Aardkinderen, die elkaar 35.000 jaar geleden ontmoetten. We hebben het over syntropische landbouw, hoe elk systeem toch door de mens gedomineerd wordt, en ook over dat het hier blijkbaar niet zo biodivers zou zijn zonder al die menselijke ingrepen. En soms zijn we dan ook in de war, want is puur natuur niet altijd het allerbeste? Dat ze naar ons inziens beter met man- (of vrouw-) en paardkracht hadden gewerkt voor de kap, daar waren we het over eens.

Ik ben benieuwd wat hier nog allemaal zal ontspruiten nu een deel van dit oude bos verjongd werd. Welke soorten zullen blijven en welke verhuizen naar elders? Door de seizoenen wordt het duidelijk: de natuur staat niet stil. En de mens al zeker niet. Zolang het om een evenwichtige samenwerking gaat, vind ik het prima, we gebruiken nu eenmaal hout als bouw- en brandstof. Met evenveel nieuwsgierigheid wandel ik de komende weken weer terug naar het bos, ik ben benieuwd hoe iedereen het hier stelt en hoe alles zal evolueren.

Het Oost-Vlaamse platteland, wie had gedacht dat ik hier ooit zou terechtkomen? Het dorp uit, langs de velden, de maisakker, onder de eiken, voorbij de kudde koeien en de blaffende honden. Met op de terugweg zicht op de kerktoren en het Ettingebos dat zich achter ons herstelt, zich klaarmaakt voor de winter en de komende maanden stilletjes en ondergronds verder groeit tot in de vroege lente de eerste voorjaarsbloeiers hun kopjes boven de grond steken.

Inspiratie en bronnen voor deze tekst: